De brug die een zware tol vroeg

Op zondag 1 juni 2014 is het precies 40 jaar geleden dat de Prins Willem Alexanderbrug werd geopend. Deze voormalige tolbrug kan in verschillende opzichten als bijzonder worden beschouwd. Over de aanleg en bouw gingen ruim tien jaar van discussie vooraf. De keuze viel uiteindelijk op een tuibrug met betonnen tuiers, waarin ter plekke staal zou worden verwerkt. Van deze techniek was in dit verband en in deze grootte nog niet eerder gebruik gemaakt in de bruggenbouw in Europa. De provincie stond financieel garant. Om de investering terug te ontvangen, zou er tol geheven gaan worden. Vooral door die beslissing kende de brug veel tegenstanders. In een serie van vier afleveringen kunt u lezen over vier decennia gebruik van de brug die een zware tol vroeg. Deze week het derde deel, De Tolgaarders.

Deel 3 De tolgaarders
Vanaf de dag van de opening van de Prins Willem Alexanderbrug op zaterdag 4 juni 1974 tot aan het stopzetten van de tolheffing op zaterdag 30 december 1995 was er 24/7 continu personele bezetting nodig voor beide rijrichtingen op de tolbrug. Er werden drie tarieven gevoerd. Personenauto’s tot 800 kg, personenauto’s boven 800 kg en vrachtauto’s. Aanvankelijk zou het niet de bedoeling zijn, maar al enkele maanden na de opening van de tolbrug werd besloten om het pontveer tussen Druten en Ochten eind 1974 op te heffen. Zo hoopte de provincie Gelderland de kosten van exploitatie van de brug enigszins te drukken.
Al snel na de opening van de brug ontdekten verschillende automobilisten de mogelijkheid om via de fietspaden van de tolbrug te rijden om zo de tolheffing te ontduiken. Sommigen maakten er een principiële sport van en beriepen zich op de Wegenwet. De stichting tolbrug maakte foto’s van de wanbetalers en stuurde deze naar hun adres met het verzoek om alsnog te betalen. Wie er echter geen gehoor gaf aan deze oproep, hoorde daar achteraf niets meer van. Dagelijks ontdoken zo’n 500 automobilisten de tolheffing en de politiek ging zich ermee bemoeien. Veel Maas en Walers dachten dat de tolheffing in strijd was met de Wegenwet van 1930, waarin is bepaald dat er geen nieuwe tollenmeer mochten worden geheven, zonder dat daarvoor wettelijke toestemming was verleend. Die stille oorlog tussen de stichting en de bruggebruikers bleef onverminderd doorgaan, ook na het aanbrengen van een slagboom en verkeerslicht bij het begin van het fietspad. De tolgelden konden de jaarlijkse aflossing en rente bij lange na niet dekken. Door het alsmaar dalende gebruik wordt in 1982 een dieptepunt bereikt. De brug bleef een blok aan het been van de provincie, maar ook de omwonenden, die regelmatig gebruik maakten van de tolbrug, klaagden over het tolgeld. Er waren ook mensen, die de brug een zaligheid vonden in vergelijking met een pontveer. ‘En pont gaat altijd net voor je neus weg en dan moet je eerst tien minuten wachten voordat je alsnog kunt overvaren. En dan moet je nog betalen ook. Op de brug kun je meteen betalen en je reis voortzetten.’
In een gesprek met de oud-tolgaarders Frans Strik en Ruud van Deursen gaan hun herinneringen vooral om de dagelijkse discussie die er altijd was bij de tolhuisjes of een automobilist nu laag of hoog tarief zou moeten betalen. Het was een verschil van 60 cent, maar sommige automobilisten schuwden voor dat bedrag zelfs bedreigingen aan het adres van de tolgaarders niet. Frans legt uit: ‘Er waren twee tarieven voor gewone auto’s, namelijk die minder dan 800 kg wogen en die daarboven zaten. Sommige gebruikers probeerden de tolgaarder ervan te overtuigen dat hun auto onder de 800 kilogram woog, waardoor het lage tarief zou moeten worden betaald. Maar de tolgaarders daarentegen kenden de vele type auto’s en wisten maar al te goed wanneer zij om de tuin werden geleid.’ Er is verschillende malen een slagboom kapot gereden om de tol te ontduiken, maar dat was meestal niet zonder schadelijke gevolgen voor het voertuig.

Prins Willem Alexanderbrug

Wie herinnert zich nog de tolhuisjes? Foto: collectie Wim Daanen

Was het werk dan wel leuk om te doen?
Meteen knikken de twee gepensioneerden vastberaden. Ze hebben een mooie tijd gehad. Geen dag was hetzelfde in tegenstelling tot de handelingen, die doorlopend hetzelfde waren. ‘Maar je ging de hele dag met mensen om. In de loop der jaren had je best wel leuke gesprekken, maar er waren er ook die expres muntgeld uit hun handen lieten vallen. Er was nu eenmaal een lege ruimte te overbruggen tussen het openstaande raam van de auto en het raampje van het tolhuisje. Dan moest je uit het tolhuisje om het kleingeld op te rapen,’ lachte Frans Stik. En gaandeweg het gesprek komt de ene na de andere anekdote voorbij. ‘Slechts één keer is de brug uren lang afgesloten geweest voor doorgaand verkeer, dat was vanwege een storm,’ weet Ruud van Deursen zich te herinneren. ‘En weet je nog die keer dat het verkeer voor even werd tegengehouden?’ vraagt Frans aan Ruud. ‘Wij wisten ook niet wat er ging gebeuren, maar het antwoord liet niet lang op zich wachten. Pieter van Vollenhoven kwam voorbij. En die hoefde geen tol te betalen, evenals de twee volgauto’s.’
De meeste indruk heeft toch wel de evacuatie gemaakt op de twee gepensioneerden. Eerst al die vrachtwagens vol vee, huisraad en inwoners. En de dagen daarna de stilte. De slagboom die nog geen twee keer per uur omhoog ging. Af en toe een militair, politieman of medewerker van de gemeente, die doorgang verleend moest worden. Verder de hele dag geen beweging. En toch moesten de tolgaarders hun diensten draaien. Het gebied moest immers afgesloten blijven.’
Frans weet zich nog een jonge vrouw te herinneren, waarvan haar man ernstig ziek in het ziekenhuis in Tiel was opgenomen. Zij moest dagelijks twee maal heen en terug over de brug. De vier schoolgaande kinderen mochten ’s avonds nog even bij hem op bezoek. Uit medelijden verkocht een tolgaarder haar een kaart van het laagste tarief. Zo probeerde men soms ook het hart te laten spreken. Maar als dit ontdekt werd, stond de tolgaarder een reprimande te wachten.

Prins Willem Alexanderbrug

Voor de prijs van 9 mocht je tien keer de slagboom op de tolbrug passeren met een tienrittenkaart.

‘Op een dag stond een auto uit Denemarken aan de slagboom. De Deen dacht met het vertonen van zijn paspoort verder te kunnen. We hebben handen en voeten moeten gebruiken om duidelijk te maken, dat hij eerst moest betalen’, lachte Frans weer. En in de nachtelijke uren zijn er ook wel eens gebeurtenissen geweest, waar achteraf om gelachen is. ‘Op een onverwacht moment stond er ineens een huilend meisje bij de tolhuisjes. Ze was na een ruzie uit de auto van haar vriend gezet en die was ervandoor gegaan. Daar stond ze dan. Toen de dienstdoende tolgaarders hoorden dat ze vlakbij woonde, heeft één van hen haar even thuis gebracht.’

En toen werd bekend dat op 30 december 1995 de tolheffing zou stoppen. Voor Frans en Ruud waren er geen regelingen getroffen. Ze voelden zich, evenals de andere tolgaarders destijds aan de kant gezet. Het was vreemd om zonder werk te komen.

Volgende week gaan we in de laatste aflevering in op de gebruikers van de brug.

Hotel Restaurant De Twee Linden
woonendroom.nl