Verdreven door hoog water Deel 2

In een serie van vier afleveringen kijken we terug op die hectische periode eind januari en begin februari 1995. Vorige week in de eerste aflevering deden we verslag van de eerste ontwikkelingen van het hoogwater die steeds meer tot overlast en spanningen leidden. We keerden terug naar medio januari 1995, toen hevige neerslag de waterstanden in de rivieren dramatisch liet stijgen. Deze week in aflevering twee kijken we vooral naar de spanningen die nog verder toenemen. Een evacuatie is niet meer te vermijden.

Deel 2 – De immense evacuatie

In de nacht van zaterdag 28 op zondag 29 januari verlaten de eerste bewoners op eigen initiatief het gebied. Die nacht brandt er bij opvallend veel huizen nog lang verlichting. Op zondagmorgen wordt door velen direct na het opstaan Teletekst geraadpleegd. Minister-president Wim kok informeert bij Jan Terlouw, commissaris van de Koningin van Gelderland naar de evacuatieplannen als voorzorgsmaatregel. ‘Alles hangt af van de toestand van de dijken, de ontwikkeling van het waterpeil, de klimatologische omstandigheden en de vooruitzichten,’ aldus Jan Terlouw. Het is een politiek correct antwoord maar dat kan elke inwoner zelf ook bedenken. Er worden lijsten gemaakt door NCB van beschikbare stalruimtes voor als het vee geëvacueerd moet worden. Ga je als overheid te vroeg over op evacueren dan krijg je al snel kritiek dat de boeren onnodig op kosten zijn gejaagd en de paniek onnodig is aangewakkerd. Grijpt de overheid te laat in dan is het leed niet te overzien. Het is een ongemakkelijke situatie waarin het rampenteam zich bevindt. Varkenshouders vertrouwen het niet langer en de een na de ander besluit op zondag 29 januari te gaan evacueren.

In de woning van de familie van de Pol aan ’t Zand vindt een repetitie plaats van dweilorkest De Druppels. De muzikanten bereiden zich ongestoord voor op de aanstaande pronkzittingen van De Braoiers in De Rosmolen op 18 en 19 februari. Toch stopt de muziek even als er militaire voertuigen door de straat denderen en even later rijden er ook nog beladen zandwagens richting de dijk. Jos en Gien van de Pol nemen een kijkje aan de dijk en komen terug met geruststellende berichten. Het water staat nog wel een meter onder de dijk. Dat lijkt nog heel wat maar een enorme watermassa drukt voortdurend tegen de dijken over de gehele lengte van de rivier. Of we er helemaal gerust op moeten zijn? De muzikanten praatten er na de repetitie nog een tijdje over na en als ze later naar huis gaan heeft ieder zo zijn eigen gedachte.

Omroep Gelderland is inmiddels overgegaan tot een non-stop programma en dient als rampenzender. Alle berichtgevingen worden via deze omroep aan de bevolking gemeld. Zij staan in direct contact met de rampenstaf die frequent bijeen komt en de stand van zaken doorneemt. Hierin hebben overheden als de provincie en de gemeenten zitting alsook hulpverlenende instanties.

In deze aflevering komt Eddie Pas [58] uitgebreid aan het woord. Hij kan zich van die hele evacuatie nog heel veel tot in detail herinneren. Eddie vertelt: ‘Op zaterdag 28 januari 1995 vierde ik mijn 33e verjaardag en mijn huis zat vol met vrienden en familie. Omdat de dreiging van het water zeer reëel was volgden we de journaaluitzendingen die avond op tv nauwgezet. Toen het bericht kwam dat er waarschijnlijk maandag 30 januari geëvacueerd zou worden liep het huis snel leeg. Toen zondag de definitieve aankondiging kwam heb ik contact opgenomen met vrienden in Nijmegen die al hadden aangegeven dat ik daar wel terecht zou kunnen. Ik werkte in die tijd ook in Nijmegen. Zondag heb ik mijn koffer ingepakt en wat belangrijke dingen op de vliering bij mijn ouders gezet want als de dijk door zou breken zou alleen de schoorsteen van mijn huis nog te zien zijn.’

Die maandagmorgen ging Eddie gewoon naar zijn werk, de volle koffer lag achterin zijn auto.Ed vertelt verder: ‘Mijn ouders waren op zondag al vertrokken naar vrienden in Brabant en mijn broer kon met zijn vrouw in Arnhem terecht. Mijn zusje zat gelukkig hoog op een berg in Oostenrijk. Maandagavond ben ik naar mijn opvangadres in Nijmegen gegaan en daar ben ik de hele week gebleven, maar wel gewoon elke dag gewerkt. Ik weet nog dat het nieuws nog nooit zo intensief door mij is gevolgd als die week. En waar zijn al je vrienden en kennissen gebleven? Mijn moeder was een beetje de spin in het web en wist van de hele familie waar ze allemaal waren. Ook heb ik die week nog familie op tv gezien die met de hele veestapel van de boerderij waren geëvacueerd naar Brabant.’

Je kunt je maar nauwelijks beseffen dat de dagelijkse gang van zaken zo intens was verstoord. Mensen waren uit hun vertrouwde huis verbannen. Huisdieren, maar ook complete veestapels moesten elders worden ondergebracht. Alleen al het transport bracht ontzettend veel stress met zich mee. Bedenk daarbij ook dat verpleeghuizen, bejaardencentra, woonvormen, gehandicapten en heel veel senioren van hulp afhankelijk waren bij de gedwongen verhuizing. De hele operatie had een enorme impact. Maar ook de zaken die normaal zo vanzelfsprekend waren, zijn opeens niet meer gewoon. Bedenk bijvoorbeeld allerlei zaken die je in je agenda hebt staan en die opeens niet kunnen doorgaan. Hoe ga je afmelden, hoe ga je mensen bereiken waarvan je niet weet waar zij zich bevinden? In de huidige tijd van social media en mobiele telefoons is verbinding maken een schijntje. Dat was 25 jaar wel even anders. Eddy vertelt over zo’n voorval. ‘Ik was in die tijd voorzitter van sjoelvereniging EMWSV in Beneden-Leeuwen en we zouden met een groot aantal leden op zaterdag 4 februari regionale selectiewedstrijden voor het Nederlands Sjoelkampioenschap spelen. Maar waar was iedereen en hoe kon je mensen bereiken? Mobiele telefoon was er niet. Ik heb toen contact gezocht kunnen krijgen met de wedstrijdleider en terwijl ik met hem aan de telefoon zat en zei dat ik niet wist waar al onze leden zaten, kwam in een nieuwsuitzending één van onze leden in beeld die ergens in Arnhem was opgevangen. De wedstrijd hebben we later alsnog kunnen inhalen. Later dat jaar ben ik tijdens de finales van het Nederlands Kampioenschap, waar ik me voor geplaatst had, 14e van Nederland geworden.’

Nu was niet alleen het dagelijks leven verstoord van alle mensen die waren geëvacueerd. Ook op de vele adressen waar de evacuees tijdelijk hun onderkomen hadden gevonden, was het natuurlijk anders. Eddy herinnert zich ook de terugkeer nog feilloos.

‘Na een week vol spanning, want als de dijk zou breken had ik nog 1 ding over en dat was mijn hypotheek, kwam op vrijdag 3 februari het verlossende nieuws. We mochten op zaterdag 4 februari terugkeren naar huis. Eerst de Ooijpolder en het Land van Maas en Waal om chaos op de wegen te voorkomen. Mijn broer was een van de eerste die in het dorp terug kwam en hij sprak van een surrealistische aanblik van een bijna verlaten dorp, lege winkels en het leger dat de boel in de gaten hield. Zelf ben ik op de zondag naar huis terug gekeerd om de verwachte drukte op die zaterdag te vermijden.  25 jaar na dato staat die week, die zomaar in een horror scenario had kunnen veranderen, mij nog duidelijk voor de geest. Nu rijdend over de mooie dijken die gelukkig goed verstevigd zijn, ben ik blij in dit mooie stuk van Nederland te kunnen wonen.’

Het verhaal van Eddy staat natuurlijk niet op zich. Iedereen die huis en haard moest verlaten heeft zijn of haar verhaal. We bedanken Eddy Pas voor zijn uitgebreide reactie.

Er reageerden veel inwoners met hun persoonlijke belevenissen aan die roerige vijfde week van 1995. Mensen herinneren zich soms nog hele kleine details. Doortje Aalbers woonde destijds in Druten. ‘Ook wij moesten evacueren. We gingen naar mijn zus in Wijchen. Alle meubels werden naar de zolder verplaatst. Onze huisdieren gingen naar een dierenasiel in Wijchen. De konijnen zijn thuis achtergebleven in de hokken en politieagenten hebben toen regelmatig een oogje in het zeil gehouden. Het was een week vol stress. Elk uur zaten we aan de TV gekluisterd om de nieuwsberichten te volgen. Alle dorpen in Maas en Waal waren uitgestorven. Wat waren we blij toen we weer terug mochten. We hopen dat we dat nooit meer hoeven mee te maken. Vergeten doe je het nooit meer.’

Hoogwater

Willem van Schaijk was toen 21 jaar. Hij vertelt aan Blik op Beneden-Leeuwen: ‘Wij hadden toen een boerderij die geëvacueerd moest worden. De dieren stonden uiteindelijk door heel Nederland verspreid en ik kwam bij mijn oma in Houten terecht. Het was toen net tentamenweek die ik gedeeltelijk moest inhalen. Telefoneren was bijna onmogelijk omdat de lijnen overbelast waren wat dingen regelen erg lastig maakte. We hebben veel dingen geregeld met de auto telefoon die mijn oom in zijn vrachtwagen had. Wat een hectische week was dat.’

De evacuatie stuitte bij sommige mensen op onbegrip. Carola Janssen vertelt: ‘Hectische periode. Alle huisraad moesten we naar boven verplaatsen. Ik was toen 17 jaar en volgde een leerwerktraject. De eigenaar van de salon waar ik werkte vond het belachelijk dat ik met mijn ouders mee ging tijdens de evacuatie en daardoor raakte ik zelfs mijn baan kwijt. De opleiding heb ik daardoor niet kunnen afronden. We verbleven enkele dagen in Tuil. Tot er ook voor dat gebied een evacuatiebevel werd afgekondigd. Toen zijn we uiteindelijk in Wijchen geëindigd. Blij dat we weer naar huis konden en het gelukkig dat het toen meegevallen is.’

Volgende week blikken we in het derde deel samen met Freek van Wamel terug op de evacuatie en wat voor impact dat heeft gehad op zijn machinebedrijf, een evacuatie die een operatie van ongekend formaat werd. En ook dan weer een aantal reacties van inwoners met hun eigen herinneringen.

Petra Schoenmode
Van Gelder Verf en Wand